De Slag om Eindhoven en “Hells Highway”



Verantwoordelijk voor de luchtlanding rond Son, St. Oedenrode en Veghel was het Amerikaanse 101e Airborne Divisie (“Screaming Eagles”) onder bevel van Majoor Generaal Maxwell en D. Taylor. Zij waren mede verantwoordelijk voor de bevrijding van Eindhoven en de doorgang van het leger richting Arnhem.

Op zondag 17 september 1944 landden de ”Screaming Eagles” vlakbij Son, St. Oedenrode en Veghel. Hun opdracht was de brug in Son innemen en richting Eindhoven oprukken om daar 4 bruggen in te nemen en contact te maken met de Engelse Guards Armoured Divisie, het dorp St. Oedenrode en 2 kleine bruggen innemen, de verkeersbrug bij Best innemen en 2 spoorbruggen en 2 verkeersbruggen bij Veghel in te nemen.

Doordat een vliegtuig met verkenners nooit zijn geland bij Veghel, was de dropzone niet gemarkeerd en lande een deel van de Amerikaanse troepen op de verkeerde plek, vlakbij het dorp Heeswijk. Toch kwamen ze zonder enige moeite aan in Veghel, waar beide bruggen al succesvol waren ingenomen, en ten zuidenwesten van Veghel, vlakbij Eerde, een stevige wegversperring was geïnstalleerd. In St. Oedenrode ondervonden de troepen weinig weerstand en werden snel beide bruggen zonder schade ingenomen.
Doordat de brug bij Best niet het hoofddoel was en er gedacht werd dat er maar weinig Duitse troepen waren gestationeerd, werd er maar 1 divisie naar Best gestuurd. Daar ondervonden ze hevige weerstand van de Duitsers. Hulptroepen werden naar Best gestuurd, maar uiteindelijk werd het gevecht in de nacht gestaakt.
Ondertussen ondervonden de Amerikaanse troepen veel weerstand bij Son, maar tegen de tijd dat ze de Duitse troepen hadden uitgeschakeld was de brug al opgeblazen. Andere bruggen die bij Son ook ingenomen moesten worden waren al een paar dagen eerder vernietigd door de Duitse troepen. Uiteindelijk werd er snel een voetgangersbrug gebouwd en werden er verdedigingswerken aan de zuidkant van het kanaal geïnstalleerd. Dit alles zorgde ervoor dat de troepen hun doel die dag, Eindhoven, niet hadden bereikt.

Ook de Engelse Guard Armoured Divisie lukte het niet om op 17 september Eindhoven te bereiken. Vertrokken uit het Belgische Lommel, probeerden de Engelse troepen langs de enige weg die via Valkenswaard naar Eindhoven leidde, de stad te bereiken. Net over de Belgisch-Nederlandse grens werd deze divisie aangevallen door Duitse troepen. Na een lang gevecht wisten de Engelse troepen uiteindelijk Valkenswaard te bereiken.

Een dag later, 18 september, worden St. Oedenrode en Veghel aangevallen door Duitse troepen, maar deze aanvallen worden allen afgeslagen. Door het verlies van de brug bij Son is de brug bij Best hoofddoel geworden. Na felle gevechten blazen Duitse troepen uiteindelijk ook deze brug op.
De Amerikaanse troepen bij Son hadden de voetgangersbrug ondertussen voltooid en gingen op weg naar Eindhoven. Eenmaal aan de rand van Eindhoven stuitten ze op weerstand van enkele Duitse Artillerie kannonen. Deze worden snel uitgeschakeld en enkele bruggen over de Dommel worden gemakkelijk ingenomen.
Aan het einde van de middag kan er in Eindhoven eindelijk contact worden gemaakt tussen het 101e Airborne Divisie (Operatie Market) en het Britse XXX Korps (Operatie Garden). Na enig oponthoudt tussen Valkenswaard en Eindhoven, konden de rest van de Britse troepen doorstoten naar Eindhoven, waardoor de stad bevrijd kon worden.

Op dinsdag 19 september werd Veghel opnieuw aangevallen door Duitse parachutisten. Hierdoor moesten Amerikaanse soldaten terugtrekken, maar met behulp van versterkingen konden ze zich verdedigen.
In Best werden, mede door de versterkingen, de Duitse troepen eindelijk verslagen, en kon het dorp worden ingenomen.
Bij Son verschenen ineens Duitse Panther tanks, wie een serieuze bedreiging vormden voor de die ochtend voltooide baileybrug. Gelukkig werden enkele tanks op tijd vernietigd en de rest sloeg op de vlucht.
De Britse troepen voegden zich samen met de Amerikaanse troepen bij Veghel, om zo door te stoten naar Nijmegen via de brug bij Grave.
Dezelfde avond werd Eindhoven gebombardeerd waarbij meer dan 200 doden en 800 gewonden vielen. Deze bombardementen vertraagde de aanvoer van het Britse XXX Korps aanzienlijk.

Op 20 september wisten Amerikaanse troepen de Duitse parachutisten te omsingelen en te verslaan, en het dorpje Dinther te bevrijden.
Duitse tanks zorgden voor gevaar langs de wegen bij Son om de aanvoerroute te frustreren. Amerikaanse en Britse troepen plaatsten een tegenaanval, maar dit gevecht duurde de gehele dag.

Na het dorpje Dinther te hebben bevrijd, zijn de Amerikaans troepen een dag later onderweg naar Schijndel om ook dit dorpje te bevrijden. Het lukte de Amerikanen om een deel van het dorp te bevrijden die dag, maar de Duitse troepen zorgden dat ze niet verder konden.
Ondertussen werd er door de Duitsers weer een aanval geplaatst op St. Oedenrode, maar moesten zich toch weer terugtrekken.
Tevens ondervond het Britse XXX Korps die dag vertraging door vele Duitse beschietingen op de smalle weg naar Nijmegen. Deze weg werd later ook wel “Hell’s Highway” genoemd.

Op vrijdag de 22e van september wisten de Amerikaanse troepen, na vele tankbeschietingen op de Duitsers, Schijndel alsnog te bevrijden.
Als Amerikaanse troepen uit Veghel optrekken richting Uden worden ze beschoten door Duitse tanks die vanuit het dorp Erp optrokken om de bruggen bij Veghel te vernietigen. Dit hevige gevecht duurde de gehele dag, en werd daarom later ook wel “Black Friday” genoemt. Later kregen de Amerikaanse troepen ondersteuning van Britse tanks om de aanval af te slaan, waarbij de bruggen intact bleven.

Tot 25 september bleven de aanvallen in en rond Veghel, en op de aanvoerwegen doorgaan. Hierbij werden meerdere keren de aanvoerwegen afgesneden, maar later weer heroverd. Een dag later waren vrijwel alle Duitse troepen in de omgeving uitgeschakeld en kon de weg eindelijk worden vrijgegeven.
Het Amerikaanse 101e Airborne Divisie verloor in de strijd, in en rond Eindhoven, zo’n 2100 man, zonder de gevallen soldaten van het Britse XXX Korps te noemen die bij deze missie meevochten.